Werken volgens het TASC-model

Hoe werkt het TASC-model in combinatie met het O365 LeerlingPortaal?
(Thinking Actively in a Social Context)

Het TASC-model is een verzameling van taakgerichte activiteiten in een sociale context en heeft als doel te leren leren. Het O365 LeerlingPortaal faciliteert en integreert het werken met het TASC-model.
Het TASC model gaat uit van acht opeenvolgende fasen waarbij zowel werkvoorbereiding, ‐ uitvoering als ‐evaluatie een natuurlijk onderdeel van het leerproces vormen. In deze acht fasen wordt een sterke sociale context aangeboden waarbij kinderen met en van elkaar leren en elkaar ondersteunen. Zo krijgen ze niet alleen oog voor andermans sterke en zwakke kanten, maar wordt juist het reflecteren op het eigen leren gestimuleerd. Daarnaast is er veel behoefte om leerlingen op te leiden met sterke sociale, communicatieve en zelfsturende vaardigheden. Hiervoor wordt vaak het containerbegrip ’21ste century skills’ gebruikt.

Fase 1
De eerste fase van TASC staat in het teken van het inventariseren. Wat hebben leerkracht en kinderen al aan kennis hebben over het thema. Een sterke manier op dit zichtbaar te maken is door gebruik te maken van een mindmap.
In het midden van een vel of document wordt het centrale thema opgeschreven of wordt een plaatje getekend. Alles wat de kinderen opnoemen wordt opgeschreven en er worden verbindingslijnen naar het centrale thema getrokken.
Waarom? Deze eerste fase is essentieel, omdat zo de aanwezige kennis naar boven wordt gehaald en de verschillende kennisfragmentjes met elkaar in verband worden gebracht. Dit geeft de leerkracht tevens de mogelijkheid om de startsituatie van iedere leerling in kaart te brengen.

Fase 2
Wat willen we bereiken? 
In de tweede fase wordt de taak die de kinderen moeten uitvoeren gespecificeerd. De leerkracht beschrijft in de thema-pagina een open opdracht en checkt of de kinderen begrepen hebben wat de bedoeling is. Daarnaast bieden de ontdekkingsvragen extra mogelijkheden om de leerlingen de vraag voor te leggen wat ze zelf zouden willen leren. Deze ontdekkingsvragen zorgen voor meer motivatie, eigenaarschap en betrokkenheid bij leerlingen. Met de kinderen wordt besproken welke problemen zij tegen denken te komen en hoe die opgelost zouden kunnen worden. Tevens worden de criteria beschreven waaraan het eindresultaat moet voldoen. Deze fase helpt kinderen om de grote lijn vast te houden. Mogelijke problemen kunnen direct of digitaal worden doorgesproken met de leerkracht of mede-leerlingen tijdens het uitvoeren van de taak.

Fase 3 
Welke manieren zijn er? 
In de derde fase wordt besproken op welke manieren de opdracht uitgevoerd kan worden. Opnieuw wordt een mindmap gemaakt, deze keer gericht op het maken van een plan. De kinderen worden allemaal aangemoedigd om met ideeën te komen. Zowel goede als slechte suggesties worden opgeschreven zonder er een waardeoordeel aan te verbinden. Het is belangrijk dat de leerkracht laat zien dat ‘denken’ een goede strategie is voordat je met iets begint. Door alle ideeën op te schrijven en niet direct iets af te raden wordt het zelfvertrouwen van de kinderen om hun ideeën te uiten aangemoedigd. De benadering stimuleert kinderen om met creatieve oplossingen te komen.

Fase 4 
Welk idee is het beste?
In de vierde fase wordt een beslissing genomen over de uiteindelijke taakaanpak (to-do-list) . Dit gebeurt door alle suggesties uit fase drie te bespreken. Kinderen noemen voor‐ en nadelen van de ideeën op en samen denken ze na over de consequenties van de verschillende aanpakken. Uiteindelijk kiest ieder groepje zelf welke benaderingswijze zij willen gaan uitproberen. Zo worden kinderen in feite eigenaar van het probleem dat ze gaan oplossen. Daardoor zullen zij zich met elkaar verantwoordelijk voelen om de taak tot een goed eind te brengen.

Fase 5 
De vijfde fase is gericht op werk in uitvoering. Kinderen zien dat een taak op verschillende manieren kan worden aangepakt. Daardoor zien ze dat er verschillende leerstijlen zijn. Ze leren dat iedere leerstijl voor‐ en nadelen heeft, afhankelijk van de situatie waarin je die leerstijl toepast. Dit proces wordt volledig gemonitord via de leerkracht-omgeving.

Fase 6 (i.o.)
Hoe is het bij jou gegaan? In fase zes evalueren de kinderen het eigen werk. Nu wordt gekeken of het doel van de opdracht bereikt en aan alle criteria voldaan is. Daar waar het nog niet helemaal goed gegaan is of het gewenste resultaat niet is bereikt, kan met de kinderen worden nagedacht over manieren om het resultaat te verbeteren. Dit is belangrijk omdat we kinderen zo leren te reflecteren op hun eigen handelen. Door hen de gelegenheid te geven zaken te verbeteren of sommige dingen misschien wel opnieuw te doen, leren ze dat ze niet alles in een keer goed te hoeven doen, dat fouten maken mag en dat je daarvan leert. Daarmee wordt de basis van het leren leren verstevigd.

Fase 7
Hoe vertellen en presenteren aan anderen?
In fase zeven worden de kinderen aangemoedigd om met elkaar te bespreken hoe het werk gegaan is. Ze kunnen hierbij onder andere kiezen uit de diverse O365 presentatiemogelijkheden. Wat heb je bereikt, hoe heb je dat gedaan en wat ging er goed? Op die manier worden de inspanningen die ze geleverd hebben beloond: ze worden als ‘echt’ gezien. Dit verstevigt het zelfvertrouwen van het kind, creëert een breed repertoire aan vaardigheden en moedigt de sociale interactie aan.

Fase 8
Wat hebben we geleerd?
Tot slot wordt in fase acht besproken wat ze nu eigenlijk geleerd hebben van de opdracht. Daarbij wordt uitgegaan van reflectie op de probleemoplossende strategieën.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.